Roken, alcoholgebruik en drugs


Voor roken, alcoholgebruik en drugs zijn verschillende indicatoren opgesteld, naar voorbeeld van de standaardvraagstellingen voor de Jeugdgezondheidsmonitor. De vragen over alcoholgebruik en drugs worden niet aan de leeftijdsgroep 4-12 jarigen gesteld. Overigens is het onduidelijk in hoeverre vragenlijsten betrouwbare cijfers opleveren over roken, alcohol en drugs.
 
Definities en normen
Roken: Er is geen specifieke norm voor roken.
Alcohol: Het drinken van maximaal 1 à 2 glazen per dag voor meiden en maximaal 2 à 3 glazen per dag voor jongens zal niet zoveel problemen opleveren. Maar je moet dit zeker niet elke dag doen! Af en toe een uitschieter is ook niet zo erg. Drink als jongen in ieder geval niet meer dan 5 glazen en als meisje niet meer dan 3 glazen per keer en doe dit niet elk weekend. Kinderen tot 12 jaar kunnen beter helemaal geen alcohol gebruiken. (Bron: www.watdrinkjij.nl)
Drugs: Er is geen specifieke norm voor drugs.
 
Cijfers roken Nationaal Kompas Volksgezondheid
In 2004 rookte 28% van alle volwassenen in Nederland: 31% van de mannen en 25% van de vrouwen in Nederland. Het percentage rokende volwassenen is het hoogst tussen de vijfendertig en vijfenvijftig jaar en beduidend lager onder de 65-plussers. Zie figuur 1.
 
Van de jongeren geeft 24% aan de afgelopen vier weken gerookt te hebben en 15% rookt dagelijks. Bijna de helft (46%) van de jongeren van tien tot en met negentien jaar heeft ooit wel eens gerookt. Het percentage dat aangeeft de afgelopen vier weken gerookt te hebben, loopt op van 1% bij de tienjarigen tot ruim 40% bij jongeren tussen de zeventien en negentien jaar. Zie figuur 2.
 
Figuur 1: Percentage rokers naar leeftijd en geslacht in 2004
 
Bron:Stivoro Volwassenen
                               
Figuur 2: Percentage jongeren dat in 2004 aangeeft de afgelopen vier weken gerookt te hebben, naar leeftijd
Bron: STIVORO jeugd
 
Tabel 1: Rokers, bevolking 12 jaar en ouder, naar regio, in 2004, in procenten
Groningen (pv)
36
Friesland
33
Drenthe
31
Overijssel
32
Flevoland
29
Gelderland
31
Utrecht (pv)
30
Noord-Holland
32
Zuid-Holland
31
Zeeland
31
Noord-Brabant
31
Limburg
31
Totaal
32
Bron: CSB Statline
 
Alcohol
Circa 14% van de mannen van 12 jaar en ouder heeft een overmatig alcoholgebruik; dagelijks 3 of meer glazen. Van de vrouwen drinkt circa 10% overmatig; dagelijks 2 of meer glazen. Bij mannen is het overmatig alcoholgebruik het hoogst op jonge leeftijd, bij vrouwen neemt het overmatig alcoholgebruik eerst toe en dan weer af. Zie figuur 3.

Behalve overmatig alcoholgebruik komt ook zwaar alcoholgebruik meer voor bij mannen; 19% van de mannen en 4% van de vrouwen is een zware drinker. Van de Nederlanders van 12 jaar en ouder heeft 38% van de mannen en 16% van de vrouwen een matig alcoholgebruik.
 
In Nederland drinkt 18,5% van de bevolking van 12 jaar en ouder nooit alcohol. Deze geheelonthouders missen de beschermende effecten van het matig alcoholgebruik tegen hartziekten en beroerte (POLS, gezondheid en arbeid, 2003).
 
Volgens een peiling in 2003 had 85% van de middelbare scholieren (12 jaar en ouder) ooit alcohol gedronken (ooit-gebruik) Ruim de helft van de scholieren (58%) dronk alcohol in de maand voorafgaand aan de peiling (actueel-gebruik). Het ooit-gebruik en actueel-gebruik van alcohol verschilt niet tussen jongens en meisjes. Wel zijn er verschillen in het drinkpatroon. Jongens drinken frequenter alcohol dan meisjes. Dit geldt vooral voor de zestienjarigen: bij jongens heeft 29% van de actueel-gebruikers vaker dan tien keer in de maand alcohol gedronken, bij meisjes ligt dit percentage op 19%. Ook drinken (oudere) jongens grotere hoeveelheden dan meisjes: eveneens 29% van deze zestienjarige drinkende jongens drinkt op een weekenddag gemiddeld meer dan tien glazen. Bij de meisjes is dit 9%. Middelbare scholieren drinken vooral bier (jongens) en breezers/premixen (meisjes).
 
In 2003 dronk eenvijfde van de uitgaande jongeren van dertien jaar tijdens het stappen alcoholhoudende dranken, tweederde van de veertien- en vijftienjarigen en 9 van de 10 zestien- en zeventienjarigen. Deze percentages zijn voor de jongeren van dertien tot en met vijftien jaar lager dan in 2001. Studenten drinken per week gemiddeld meer dan hun leeftijdsgenoten (19 versus 16 glazen), vooral als zij lid zijn van een studentenvereniging (23 glazen).
 
Figuur 3: Matig alcoholgebruik en overmatig alcoholgebruik naar leeftijd en geslacht in 2003

Bron: POLS, gezondheid en arbeid
 
Tabel 2: Alcoholgebruik van minstens één keer per week 6 of meer glazen op één dag en/of gemiddeld per dag (mannen: 3 of meer; vrouwen: 2 of meer) glazen alcohol, bevolking 12 jaar en ouder, naar regio, in 2004 in procenten
 
Groningen (pv)
20
Friesland
19
Drenthe
19
Overijssel
20
Flevoland
15
Gelderland
18
Utrecht (pv)
18
Noord-Holland
21
Zuid-Holland
18
Zeeland
15
Noord-Brabant
21
Limburg
19
Totaal
19
Bron: CSB Statline
 
Softdrugs
Van de Nederlanders van 12 jaar en ouder gaf in 2001 ongeveer één op de zes (17%) aan ooit cannabis te hebben gebruikt (mannen: 21%, vrouwen 13%). In 2001 gebruikte circa 3% van de ondervraagden cannabis in de maand voorafgaand aan de peiling (actuele gebruikers). Cannabisgebruik is het hoogst in de leeftijdsgroep van 20 tot en met 24 jaar (zie figuur 4).
 
In 2003 lag het actuele gebruik van cannabis bij scholieren van 12 tot 19 jaar bij jongens hoger (10%) dan bij meisjes (7%) (zie tabel 1); gemiddeld was bijna één op de tien (9%) een actuele gebruiker en had 19% ooit gebruikt. Van de 9% actuele gebruikers had bijna de helft niet meer dan één à twee keer cannabis gebruikt in de afgelopen maand. Een minderheid (17%) blowde meer dan tien keer: 20% van de jongens en 11% van de meisjes.
 
Het gebruik van cannabis neemt toe met de leeftijd. Maar weinig leerlingen van twaalf (2%) hadden in 2003 ervaring met cannabis. Op zestienjarige leeftijd had één op de drie (34%) ooit wel eens cannabis gebruikt. Onder jongeren op speciale scholen en deelnemers aan spijbelprojecten zijn relatief veel actuele cannabisgebruikers: 32%. Nog hogere percentages treffen we aan onder jongens (62%) en meisjes (43%) die regelmatig spijbelen (zogenaamde school ‘dropouts’, waarvan een deel eveneens aan spijbelprojecten deelneemt) en jongeren in justitiële jeugdinrichtingen (circa 60%). Zwerfjongeren spannen de kroon met 76% actuele gebruikers.
 
Harddrugs
Het percentage mensen van 12 jaar en ouder dat ooit harddrugs heeft gebruikt lag in 2001 met 2,9% voor cocaïne, 2,6% voor amfetamine, 2,9% voor XTC en 0,4% voor heroïne veel lager dan het ooit-gebruik van cannabis (17%). Bij mannen is het ooit-gebruik van harddrugs wat hoger dan bij vrouwen. In de maand voorafgaand aan de peiling gebruikte minder dan 1 procent harddrugs (actueel gebruik).
 
De voorgaande cijfers zijn waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke gebruik. Het gebruik van harddrugs is namelijk niet eenvoudig te peilen via onderzoek onder de algemene bevolking, omdat bepaalde groepen gebruikers daarbij ondervertegenwoordigd kunnen zijn.
 
Ook bij scholieren in het voortgezet onderwijs (12 tot 19 jaar) lag in 2003 voor harddrugs het ooit-gebruik veel lager dan voor cannabis (zie tabel 1). Bijna 3% had wel eens XTC geprobeerd, ruim 2% experimenteerde met cocaïne en ook ruim 2% gebruikte ooit amfetamine. Ongeveer 1% gebruikte ooit heroïne. Het aandeel actuele gebruikers bedroeg nog niet de helft van het aandeel ooit-gebruikers.
 
Figuur 4: Percentage mensen van 12 jaar en ouder dat ooit cannabis gebruikte en het percentage actuele gebruikers (laatste maand) in 2001, naar leeftijd
Bron: NPO (Nederlands Prevalentie Onderzoek)
 
Tabel 3: Percentage druggebruikers in het voortgezet onderwijs van 12 tot 19 jaar in 2003
Drug 
Ooit gebruikt (%) 
Actueel gebruik  (%)  
 
jongens 
meisjes 
jongens 
meisjes 
cannabis
20
17
10
7
XTC
3,5
2,2
1,5
0,8
cocaïne
2,8
1,6
1,2
0,5
amfetamine
2,6
1,8
1,0
0,7
paddo's
4,4
1,7
1,3
0,3
heroïne
1,5
0,7
0,8
0,3
enige harddrug
5,4
3,5
2,3
1,3
Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid
 
Hoofdbronnen: Nationaal Kompas Volksgezondheid, STIVORO, 2004 en CBS