Sportparticipatie


De Richtlijn Sportdeelname-Onderzoek (RSO) bevat afspraken over de (basis)vraagstelling van grootschalig sportdeelname-onderzoek onder de bevolking op landelijk en gemeentelijk niveau. Doel van de RSO is om onderzoek naar sportdeelname te standaardiseren, zodat de onderzoeksresultaten onderling beter vergelijkbaar worden.
 
Definitie
De Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) hanteert als definitie: het aantal respondenten dat minimaal 12 keer per jaar sport behoort gedeeld door het totale aantal respondenten. Ga voor meer informatie naar http://www.mulierinstituut.nl/monitoring/rso/watisrso/.
 
 
Tabel 1: Sportparticipatie in Nederland in % van het
totaal aantal respondenten
 
Sport participatie graad
6-14
jaar
15-24
jaar
1999
60,3
 
 
2000
65,2
 
 
2001
67,8
 
 
2002
65,1
90,7
73,8
2003
 
 
 
2004
 
 
 
2005
 
 
 
Bron: Peiling sportbeoefening 2002, NOC*NSF
 
 
Tabel 2: Sportparticipatie in % van het totaal aantal respondenten
 2003
tot.
m.
vr.
18-24 jaar
25-34 jaar
35-44 jaar
45-54 jaar
55-64 jaar
65-70 jaar
Nederland
62
65
59
69
67
64
57
53
64
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rheden
78
81
76
82
78
77
77
85
69
Den Bosch
67
71
63
76
76
66
59
64
54
Eindhoven
64
67
61
71
74
65
61
54
51
Drechtsteden
63
66
59
76
71
59
63
52
49
Amstelveen
62
65
60
78
66
69
61
47
54
Hengelo
62
64
60
68
65
67
64
54
43
Venlo
56
61
51
71
54
59
55
50
41
Rotterdam
52
58
47
68
63
51
44
36
39
Bron: Kerngegevens sportdeelname. Hoyng, J., C. Roques & M. van Bottenburg
 
Tabel 3: Sportdeelname, 1974-2004, bevolking 18-79 jaar, in procenten
 
AVO
TBO-dagboek
TBO-vragenlijst
LSO, DLO, vanaf 1997 POLS-basisvragenlijst
NOC*NSF-ledencijfers
RSO
1974
 
 
 
50,7
 
 
1975
 
22,0
34,0
 
 
 
1976
 
 
 
 
 
 
1977
 
 
 
51,6
 
 
1978
 
 
 
 
25,9
 
1979
44,0
 
 
 
26,5
 
1980
 
25,8
40,7
57,2
26,7
 
1981
 
 
 
 
26,8
 
1982
 
 
 
 
27,1
 
1983
51,9
 
 
60,3
27,1
 
1984
 
 
 
 
26,9
 
1985
 
31,2
46,3
 
26,7
 
1986
 
 
 
65,0
26,9
 
1987
53,0
 
 
 
26,9
 
1988
 
 
 
 
27,1
 
1989
 
 
 
65,7
27,6
 
1990
 
35,9
48,3
67,6
28,0
 
1991
57,7
 
 
69,8
28,3
 
1992
 
 
 
68,4
28,9
 
1993
 
 
 
68,9
28,9
 
1994
 
 
 
59,9
28,9
 
1995
58,4
37,2
52,8
61,8
29,3
 
1996
 
 
 
61,2
29,0
 
1997
 
 
 
50,9
30,0
 
1998
 
 
 
51,1
30,1
 
1999
59,7
 
 
51,5
30,2
 
2000
 
36,6
48,1
52,0
30,2
60,4
2001
 
 
 
53,0
30,3
63,5
2002
 
 
 
53,3
30,0
60,6
2003
63,9
 
 
53,8
30,2
 
2004
 
 
 
 
30,3
 
Bron: SCP (AVO, TBO), CBS (LSO, DLO, POLS), NOC*NSF (SLT, RSO)
 
 
Tabel 4: Sportdeelname excl. fietsen en wandelen, bevolking van 12-19 jaar, naar leeftijd,
1983 en 2003 in procenten
 
1983
2003
1983
2003
 
man
man
vrouw
vrouw
12 jaar
85
96
94
93
13 jaar
86
97
92
91
14 jaar
87
88
89
97
15 jaar
86
91
90
87
16 jaar
86
85
82
88
17 jaar
83
88
81
93
18 jaar
81
87
76
83
19 jaar
79
83
77
82
Bron: SCP
 
Tabel 5: Prognose 2020; Raming aantal sporters 5-19 jaar in 2020, 3 varianten, obv
CBS prognose bevolkingsomvang 
 
Bevolkingsopbouw *1.000
sporters (%, aantal)
 
  2000
2020
index
1991
1999/ 2000
2020 constant
2020 optimistisch
5-9 jr
1.002
909
91
87,0
91,0
91,0
91,0
10-14 jr
960
952
99
89,6
91,6
91,6
91,6
15-19 jr
927
1.035
112
81,8
84,0
84,0
84,0
Bron: SCP