Richtlijn gezonde voeding


De indicator Voeding dient ter beschrijving van het voedingspatroon. Het basis deel van de indicator is gericht op voedingsgedrag in relatie tot de inname van voldoende groente en fruit en het ontbijtgedrag. Met behulp van de standaard vraagstellingen worden de volgende indicatoren samengesteld:
 
  • Percentage kinderen dat 5 of meer dagen per week ontbijt.
  • Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbeveling voor fruit consumptie van het Voedingscentrum op basis van fruit per dag en aantal dagen vruchtensap.
  • Percentage kinderen dat elke dag groente eet.
Definitie en norm
De Norm Gezonde Voeding voor kinderen ouder dan 12 jaar (maar voor BOS-kompas voor alle leeftijdsgroepen) wordt behaald als:
  • Er op 5 of meer dagen ontbijt wordt gegeten
  • PLUS 2 of meer stuks fruit per dag of 1 stuk fruit vervangen door vruchtensap
  • PLUS elke dag groenten
Cijfers van het Nationaal Kompas Volksgezondheid
Nederlandse jongvolwassenen van 19 tot 30 jaar eten te weinig groenten en fruit. De aanbeveling voor groenten, 150 tot 200 gram, wordt nauwelijks gehaald: slechts 2% van de jongvolwassenen eet minstens 150 gram per dag en niemand eet gewoonlijk 200 gram groenten of meer. Ook voldoet slechts 7 tot 8% aan de aanbeveling voor fruit, zie tabel 1.
 
Dit komt overeen met eerder onderzoek bij Nederlanders van 12 jaar en ouder: circa 3 op de 10 Nederlanders consumeerden voldoende fruit(sap) en circa 2 op de 10 aten voldoende groenten. De lage groente- en fruitconsumptie blijkt ook uit de gemiddelde dagelijkse inname in die periode, zie tabel 2.
Jongeren van 10 tot 19 jaar aten in die periode minder groenten en fruit dan gemiddeld, terwijl ouderen juist meer groenten en fruit aten dan gemiddeld.
 
Tabel 1: Percentage 19-30 jarigen dat voldoet aan de aanbeveling voor groenten en fruit
 
Aanbeveling
Mannen & vrouwen
Mannen
Vrouwen
Groenten
150 gram
2,0
5,5
0,2
Groenten
200 gram
0
0
0
Fruit
200 gram
7,2
7,8
6,7
Bron: Voedselconsumptiepeiling 2003
 
 
Tabel 2: Gemiddelde dagelijkse inname van voedingsstoffen en groepen voedingsmiddelen door personen van 12 jaar en ouder in 1997/1998 in vergelijking tot de aanbevelingen
 
Aanbeveling
VCP, 1997/1998
Groenten
150 tot 200 g/dag
135
Fruit
200 g/dag (2 stuks/dag)
111
Bron: Voedselconsumptiepeiling 1997/1998
 
 
De groenteconsumptie bij jongvolwassen mannen van19 tot 30 jaar verschilt duidelijk naar regio, zie tabel 3. Jongvolwassen mannen in het zuiden hebben de hoogste consumptie, 127 gram per dag, terwijl hun leefstijdsgenoten in de drie grote steden de laagste consumptie hebben, 99 gram per dag. Bij vrouwen zien we geen duidelijke regionale verschillen in groenteconsumptie. Voor de consumptie van fruit inclusief sap zijn er zowel bij mannen als vrouwen geen regionale verschillen gevonden.
 
Tabel 3: Gemiddelde consumptie van groenten en fruit (inclusief sap) voor 19- tot 30-jarige Nederlanders, naar regio, ongecorrigeerd
Regio
Groenten, mannen (gram/dag)
Groenten, vrouwen(gram/dag)
Fruit inclusief sap,
vrouwen (gram/dag)
Fruit inclusief sap, mannen (gram/dag)
 
* (p=0.04)
(p=0.63)
(p=0.95)
(p=0.20)
3 grote steden
99
92
111
152
Rest west
107
88
123
123
Noord
110
86
121
109
Oost
103
95
127
141
Zuid
127
85
115
120
* : significant p < 0,05
Bron: Voedselconsumptiepeiling 2003
 
Vragen 'Gezonde voeding':
  • Hoeveel dagen per week ontbijt jij? (dat is eten nadat je ‘s ochtends bent opgestaan)
  • Hoeveel dagen per week eet je fruit? (appels, sinaasappels, mandarijnen, bananen enzovoort)
  • Op de dagen dat je fruit eet, hoeveel porties eet je dan meestal per dag? (Voorbeelden van 1 portie fruit zijn: 1 appel, 1 banaan, 1 perzik, 1 kiwi, 2 mandarijnen, 2 pruimen, een handje met druiven, kersen of aardbeien)
  • Hoeveel dagen per week drink je vruchtensappen?
  • Hoeveel dagen per week eet je groente?

Bronnen:  RIVM, Voedselconsumptiepeiling en GGD